ZO VIERDE KOEMAN DE ZEGE OP DUITSLAND - 8 mei 2007

Sinds 1988 is veelvuldig gesproken over een incident waarbij voetballer Ronald Koeman een hoofdrol speelde.

Eindelijk is het – voor het eerst in Nederland – in beeld. In de ogen van Ronald Koeman een mini-incidentje, het bespreken eigenlijk niet waard, voor anderen een onvergetelijk voorval.

Na afloop van de halve finale tegen West-Duitsland op het Europees kampioenschap had de 25-jarige voetballer Koeman zijn billen afgeveegd met het shirt van zijn tegenstander Olaf Thon. Met een twinkeling zei trainer Koeman vorig jaar haast opgelucht dat er geen foto van bestond. Maar het tegendeel bleek waar. Een Nederlandse journalist had de foto met eigen ogen gezien, op de Duitse tv, tijdens een uitzending waarin werd gesproken over de Nederlands-Duitse voetbalrivaliteit.

Merkwaardig genoeg is de foto voor zover bekend nooit eerder in Nederland gepubliceerd. De foto is voor Nederlanders ook niets om trots op te zijn. Het incident duurde niet lang, maar lang genoeg om ooggetuigen met afschuw te vervullen. Bondsofficials zagen het, toeschouwers, journalisten, en de meesten vonden het geen fijn gezicht.
Het ruilen van shirtjes is een ritueel van mannen onder elkaar, een blijk van verbroedering en vergiffenis, van wederzijds respect. Je kont afvegen met zo’n shirt is het tegendeel daarvan. Dieper en laffer kun je een tegenstander niet vernederen. Vandaar dat het altijd weer wordt aangehaald: de aanblik shockeerde.

Zelfs vader Martin sprak zijn zoon er nog diezelfde avond in Hamburg op aan. De foto was een toevalstreffer. Het fotografenechtpaar Norbert en Barbara Rzepka was al bezig de camera’s in te pakken, toen de Nederlandse overwinnaars in polonaise terugkwamen op het veld. Snel pakten ze de boel weer uit en begonnen ze lukraak zoveel mogelijk plaatjes te schieten. De als vervelend beschouwde Mannschaft van 1988 vormde ook nog eens het perfecte excuus voor de handeling die Barbara Rzepka deze avond in Hamburg pardoes vastlegde. Ze deed maar wat, net zoals de voetballers op het veld vaak maar wat doen, intuïtief. Het doelpunt vlak voor tijd van Marco van Basten was een combinatie geweest van vakmanschap, instinct en geluk, deze foto was dat ook. Norbert en Barbara Rzepka fotografeerden al twaalf jaar als freelancers, ze hadden ervaring op tal van sportevenementen, van voetbaltoernooien tot de Olympische Spelen. Pas de volgende dag bij het ontwikkelen van de rolletjes zag de 38-jarige Barbara Rzepka wat ze had gedaan: een tafereel vereeuwigen waarover veel mensen het hadden. Niet alleen in Nederland, ook in Duitsland.

Jaren later was Olaf Thon er nog steeds vol van. Toen hij teamgenoot werd van Jan Wouters, bij Bayern München, deed Thon nogmaals zijn beklag. Wouters antwoordde dat Ronald Koeman het vast niet zo persoonlijk had bedoeld. Wat ook zo was; Thon was een vriendelijke en kleine middenvelder die Koeman niets had misdaan. Maar juist het ontbreken van persoonlijke bedoelingen onderstreepte de symbolische waarde van het gebaar. Het ging Koeman natuurlijk niet om Thon, het ging om dat gehate witte shirt van hem. Om het team, om Lothar Matthäus en al die andere aanstellers, om de Duitse supporters met hun opgestoken middelvingers. En om – mogen we zo vrij zijn – het Duitse volk? Nee, dat ontkende hij. Wel sprak hij onomwonden van ‘haatgevoelens’.

Vier dagen, na de gewonnen finale tegen de Sovjet-Unie, zei Koeman: „Ik geef toe, ik mág zoiets niet flikken. Maar om nou te zeggen dat ik er veel spijt van heb. Nou, nee.” Omdat het incident hoe dan ook iets zei over de verhouding tussen de twee naties, nodigde de burgemeester van Aken hem uit voor een gesprek. De burgemeester schreef dat de relatie tussen beide landen te lijden had onder zulke provocaties en dat grensgemeenten als Aken daarvan de dupe werden. Of Lieber Herr Koeman eens wilde langskomen. Maar daar ging Koeman niet op in.

„Het is eigenlijk voor mij onvoorstelbaar dat die gebeurtenis zo naar buiten is gekomen”, zei Koeman vorig jaar tegen een journalist, als reactie op het bestaan van de foto. „Door zo’n jubelstemming op het veld denk je even niet normaal. Aan de andere kant: een domme actie op één moment moet je niet opblazen. Maar goed, als ik weer eens in Duitsland speelde, waren er meteen fluitconcerten en dergelijke. En het betekent wel dat ik nooit voetbaltrainer in Duitsland zal worden. Even los van de vraag of ik dat wel wil. Trainen in Duitsland trekt me niet zo.


Bron: NRC