Origineel of replica


Onderscheid wordt gemaakt tussen:

1. spelersshirts (match issued)

   2. wedstrijdshirts (gedragen in wedstrijden)

3. replica shirts (gekocht in de winkel of clubshop)


Hoe kom je er achter wat een spelersshirt, wedstrijdshirt of replica shirt is?

 

A. wie is de bron

B. let op samenstelling stof / model

C. kijk naar merklabels

D. specifieke details per kledingmerk

E. rugnummers en League badges

F. Veilingen en goede doelen

A. Wie of wat is de bron?

Allereerst dien je altijd op te letten wie je een shirt aanbiedt, met andere woorden: wie is de bron?

 

Een gedragen shirt direct gegeven door de speler, ongewassen en met de modder- en grasvlekken nog op het shirt (zie gedragen keepershirt Buffon linksonder), is vanzelfsprekend een wedstrijdgedragen spelersshirt. Ook betrouwbare bronnen bij een club garanderen je meestal een wedstrijdgedragen of gereserveerd spelers shirt.

Shirts aangeboden op veilingen al dan niet met een certificaat van echtheid geven doorgaans ook genoeg garantie (zie beelden van voormalig Hongaars international Joszef Toth die zijn shirt ruilde met een speler van Portugal en het echtheidscertificaat tekent)

B. Samenstelling van de Stof en het Model van het shirt

 

Begin jaren '70 en '80 werden de meeste shirts nog gemaakt van 100% katoen. 


Begin jaren '90 werden synthetische materialen populairder en verwerkt in shirts. Bovendien werden de shirts innovatiever en werden gedifferentieerde printmotieven geïntroduceerd. De spelershirts uit de jaren '90 zijn dan ook deels te herkennen aan de dikkere stof ten opzichte van de replica’s. De replica's zijn veelal gemaakt van goedkopere en dunne stof. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het Adidas model van het PSV shirt uit de periode 90-94 (zie beeld shirt onder).

Een ander specifiek verschil tussen wedstrijdshirts en replica's is de verhouding tussen synthetisch materiaal en katoen. Een voorbeeld is het AS Roma kappa shirt (zie beelden label en shirt) uit het seizoen 2000/2001. Als het voor 13% uit Lycra bestaat is het een spelers shirt, als het 7% Lycra is of 100% synthetisch is het een replica! Datzelfde geldt voor het shirt van Italie uit 2000/2001 (zie beelden label en shirt).


Voor sommige clubs en nationale teams gold lange tijd dat een shirt met lange mouwen garant stonden voor een spelersshirt. Mits het shirt ook was voorzien van de overige kenmerken, zoals een officicieel rugnummer en al dan niet met league badges. Van het Nike shirt van het Nederlands elftal bestaan voor zover bekend tot op heden geen replica's met lange mouwen. En het zal ook niet eenvoudig zijn replica shirts met lange mouwen te vinden van clubs als Ajax en PSV.

C. Kenmerken van een merklabel

Vanaf eind jaren '90 is het wat moeilijker geworden om de verschillen tussen een spelersshirt en replica te herkennen. Slechts kleine kenmerken, soms moeilijk te zien, tonen de verschillen. Kenmerken, zoals merklabels op of in de shirts tonen in sommige gevallen nog wel de verschillen tussen een origineel spelersshirt en een replica.

Adidas spelersshirts van halverwege de jaren '90 hebben een extra fluoriserend label aan de zijkant van het shirt met de letters Equipment (zie foto links).  De replica shirts van Adidas uit die tijd hebben een label op dezelfde plaats, maar dan met de letters letters Dri Fit erop.

Vanaf 2002 gebruikte Adidas bij spelersshirts labels van Climacool (spelersshirt) en Climalite (officiële replica). De eerste Climacool shirts werden bovendien gekenmerkt door een binnen- en buitenshirt. In latere perioden zijn de spelersshirts voorzien van de tekst Formotion en waren de replica shirts veelal weer te herkennen aan het label van Climacool. Dit heeft voor veel verwarring gezorgd, temeer sommige clubs ook de Climacool shirts in wedstrijden gebruikten.

 Nike (zie ook verderop bij kenmerken PSV shirts) gebruikte begin jaren '90 bij replica shirts een label onderaan de voorzijde van het shirt met de tekst: “Official or Authentic replica” (zie foto rechts). Bij latere modellen van Nike (2000/2001) verdwenen deze labels. Hiermee werd het ook bij Nike shirts steeds lastiger de verschillen met originele shirts te herkennen.

D. Andere specifieke kenmerken van een kledingmerk

Een specifiek voorbeeld waaraan je het onderscheid tussen de replica en het spelersshirt kan herkennen is het PSV shirt van het kledingmerk Nike. Bij de modellen die Nike in de loop der jaren heeft uitgebracht voor PSV is een aantal herkenbare details te onderscheiden.

Het Nike FIT label en het stiksel onderin de shirts van 2008-2010 zijn een kenmerk van de replica shirts (zie foto's). Bij het spelersshirt ontbreken het label en het stiksel onderin het shirt (zie foto).

Bij het PSV shirt van 2006-2008 is eveneens een aantal duidelijke verschillen zichtbaar. Bij de replica shirts is aan de voorzijde onderin een label geprint Nike sphere dry en aan de binnenzijde zit naast het maatlabel een zwart Nike label. In de nek is het shirt aan de binnezijde rood in tegenstelling tot de spelersshirts waar het label aan de binnenzijde bij de nek wit is. Bij spelersshirts ontbreekt bovendien het zwarte Nike label aan de binnenzijde van het shirt ( zie foto's)
.

Bij het blauwe uitshirt van PSV uit 2005-2006 is het zwarte Nike label wederom bij replica shirts aanwezig aan de binnenzijde van het shirt en ontbreekt het bij de spelersshirts. De swoosh, het Nike logo, op de borst is bij replica's geborduurd en bij wedstrijdshirts in plastic geprint op het shirt. Daarnaast zijn aan de zijkant van de spelersshirts de grotere ventilatiegaten te herkennen ten opzichte van de kleine ventilatiegaatjes bij de replica's (zie alle beelden).

E. Rugnummers en League bades

Rond 2002-2003 introduceerden Ajax en PSV het clublogo onderin het rugnummer. Deze rugnummers werden op het replica shirts bedrukt.  Twee jaar later werden de clublogo's in de rugnummers ook bij wedstrijdshirts ingevoerd (2004-2005). Daarmee werd het onderscheid weer lastiger te herkennen.

Tot en met het seizoen 2003-2004 verplichtte de UEFA de clubs om hun wedstrijdshirts aan te passen voor Europese wedstrijden. De shirts moesten voldoen aan enkele specifieke kenmerken. Naast de CL badge, mocht in de rugnummers geen merk- en league logo voorkomen (zie Arsenal shirt hieronder). Bovendien moesten clubs met gestreepte shirts de achterzijde van het shirt zodanig aanpassen dat het nummer voor publiek goed zichtbaar was (zie Barcelona shirt hieronder). 
Vanaf seizoen 2004-2005 hanteerde de UEFA iets soepeler regels. Teams mochten vanaf dat moment in EC wedstrijden nummers gebruiken voorzien van het eigen clublogo (zie Barcelona shirt linksonder) . Andere commerciële uitingen, zoals merklogo's in rugnummers bleven nog lange tijd verboden door de UEFA.

League badges op de mouwen van shirts waren jarenlang een garantie voor spelersshirts.
In Engeland werd de League badge al eind jaren 80 gebruikt op de mouwen van wedstrijdshirts (zie foto). De League badge van Italië (Lega Calcio badge) werd geïntroduceerd in het seizoen 1996-1997 (zie foto hieronder).
In Nederland duurde het nog tot het seizoen 2005-2006 voordat de league badge (eredivisie badge) werd ingevoerd met hierop een maatschappelijk doel. Voor de kampioen van Nederland werd speciaal een gouden badge ontworpen (zie foto's). 


Tegenwoordig is er in nagenoeg alle competities een League badge op het shirt te zien. Meestal op de mouw, heel soms op de borst van het shirt.
Helaas zijn League badge tegenwoordig los verkrijgbaar (ook de oudere versies !), zodat de aanschaf van een shirt met een badge nu geen garantie meer vormt voor een echt spelershirt.

F. Veilingen en goede doelen

Veilingen van voetbalshirts zijn meestal bestemd voor het steunen van goede doelen. Dit is echter geen garantie voor een authentiek spelersshirt! En zeker niet, zolang er geen echtheidscertificaat bij zit.

Op 11 oktober 2007 werd in Hengelo een groot gala georganiseerd voor de Stichting Kans voor het Kind. Er werd maar liefst 60.000 euro opgehaald en een van de klappers was een ingelijst shirt van Alfonso Alves, destijds sterspeler van sc Heerenveen. Alves had tegen Heracles Almelo maar liefst zeven keer gescoord en daarmee had de Braziliaan historie geschreven. 
Het 'wedstrijdshirt' van Alves werd geveild en bracht maar liefst 1600 euro op. Echter, bij nadere bestudering bleek het ingelijste shirt niet dezelfde te zijn als het gedragen shirt in de bewuste wedstrijd. Een UEFA badge op de mouw van het ingelijst shirt 'onthulde' het verschil. Met alle goede bedoelingen ten spijt, presentator Tom Egberts had dus een duur shirt aangeprezen en laten veilen dat niet het echte wedstrijdshirt bleek te zijn (zie foto's).

Clubs die veilingen organiseren via hun eigen website zijn doorgans voorzichtiger en leveren meestal een echtheidscertificaat bij het shirt (zie foto's Ipswich). 

Bij bijzondere gebeurtenissen, zoals de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000, worden soms speciaal ontworpen en eenmalig gedragen shirts door de club aangeboden. Hierover kan weinig misverstand bestaan, de kenmerken op de shirts en de aanbieder spreken voor zich (zie foto).

Conclusie is dus, wees voorzichtig voordat je bij veilingen biedt op je favoriete shirt. Uiteindelijk kan je beter eerst informeren bij de club of een kenner.